Medische Encyclopedie – Zandvoortse Apotheek – Zandvoort

Zandvoortse Apotheek

Raadhuisplein 8 2042LR Zandvoort Tel:023-5713185 Fax:023-5712117

Medische Encyclopedie

Inhoud

ADHD bij kinderen

Wat is adhd bij kinderen?

ADHD betekent dat een kind heel druk is en niet goed kan opletten.

  • Een kind met ADHD:
    • is heel druk (hyperactief) en/of
    • heeft moeite met opletten (concentreren) en/of
    • doet dingen zonder eerst na te denken (impulsief).
  • Dit gedrag past niet bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind.
  • Door het gedrag zijn er problemen op meerdere plaatsen, zoals thuis, op school, op clubjes en/of in het omgaan met andere kinderen.
  • De problemen duren langer dan een half jaar.
  • Het gedrag en de problemen zijn er al voordat het kind 12 jaar is.

Sommige kinderen met ADHD zijn niet druk, maar hebben alleen moeite met opletten. Zij zijn vaak juist stil en dromerig. Dit wordt soms ADD genoemd (dus zonder de H van hyperactief), maar dit is geen officiële naam.

De afkorting ADHD staat voor Attention-Deficit (= weinig aandacht) Hyperactivity Disorder.

We weten niet wat de oorzaak is van ADHD. Wel is duidelijk dat het in sommige families vaker voorkomt dan in andere.

Sommige mensen denken dat ADHD komt door wat iemand eet, bijvoorbeeld veel suiker of kleurstoffen. Dit is waarschijnlijk niet waar. Er is veel onderzoek naar gedaan, maar geen echt bewijs gevonden.

Kan ik er zelf iets tegen doen?

Elk kind is anders, ook elk kind met ADHD. Wat bij het ene kind goed helpt, werkt bij een ander misschien minder. Hieronder staan een aantal dingen die goed kunnen werken. U kunt deze tips uitproberen en kijken wat het beste werkt voor u en uw kind.

  • Zorg dat u altijd dezelfde regels heeft voor uw kind.
  • Vertel elke ochtend aan uw kind wat de planning is. Wat gaat u doen vandaag? En wat gaat uw kind doen? Gebruik hierbij plaatjes, een schrift of schrijfbord.
  • Laat uw kind op vaste tijden opstaan en naar bed gaan, op een vaste tijd eten.
  • Eet op een vaste plaats: niet de ene keer aan tafel en de andere keer op de bank.
  • Zeg dingen op een duidelijke manier: gebruik korte, duidelijke zinnen en woorden.
  • Zorg dat alle spullen een vaste plaats hebben.
  • Beloon goed gedrag direct. Belonen werkt beter dan straffen.
    • Belonen doet u met een compliment en/of een knuffel.
    • Doe dit meerdere keren op een dag.
    • Soms helpt het om daarnaast iets extra’s te geven wat uw kind leuk vindt. Bijvoorbeeld een sticker, een verhaal voorlezen, een spelletje doen of even televisie kijken.
  • Bespreek met uw kind wat niet mag. En wat er gebeurt als uw kind het toch doet. Doet uw kind iets wat niet mag? Zeg dan meteen wat het gevolg is.
  • Maak afspraken en zet ze op papier. Maar maak er niet te veel tegelijk, begin met de belangrijkste.
  • Ga op een positieve manier met uw kind om. Kinderen vinden het fijn om te horen wat ze goed doen en om aangemoedigd te worden. Dat geeft uw kind zelfvertrouwen. 
  • Soms kan het lijken alsof uw kind expres iets doet wat niet mag. Of expres niet luistert. Maar: vaak is dat niet zo. Zeg dus niet: ‘Dat deed je zeker expres’. Als uw kind iets niet met opzet heeft gedaan, zal het boos en teleurgesteld reageren. Uw kind krijgt dan de schuld van iets terwijl hij/zij misschien juist zijn best deed om iets wel goed te doen. Boos gedrag kan weer voor negatieve reacties bij u zorgen. En dat lokt weer boosheid en teleurstelling uit bij het kind, enzovoort.
  • Als uw kind iets moeilijk vindt (bijvoorbeeld rekenen), zal het lastiger zijn om de aandacht erbij te houden. Ook bij opdrachten die juist te makkelijk zijn, kan uw kind sneller afgeleid zijn. Hou hier rekening mee. 
  • Laat uw kind veel bewegen. Dat kan door uw kind klusjes te laten doen waarbij het kan bewegen. Of zoek een sport of activiteit met veel beweging.
  • Niet alles gaat meteen goed. Hou daar rekening mee. Kinderen met ADHD hebben vaker uitleg nodig en meer herhaling dan anderen.
  • Kijk naar de dingen die wél goed gaan (bij uw kind en bij u zelf).
  • Zorg dat u en uw partner dezelfde regels hebben voor uw kind.

Kijk ook op opvoeden.nl voor tips over:

Wat kan de apotheker voor mij doen?

Uw apotheker zorgt ervoor dat u uw medicijnen goed en veilig kunt gebruiken. Het maakt niet uit of u een medicijn korte tijd of langdurig nodig heeft.

  • Receptcontrole

De apotheker controleert elk recept. Bijvoorbeeld: is het juiste medicijn voorgeschreven en meegegeven, is de dosering goed, kan het medicijn samen met andere medicijnen die u gebruikt. Als het nodig is, overlegt uw apotheker met uw huisarts of specialist.

  • Overzicht van uw medicijnen

Uw apotheker houdt bij welke medicijnen u gebruikt. U kunt in de apotheek altijd om een overzicht van uw medicijnen vragen. Dit kunt u bijvoorbeeld meenemen als u uw specialist bezoekt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of naar het buitenland gaat.

  • Delen van informatie over uw medicijnen met andere zorgverleners

Uw apotheker, huisarts en het ziekenhuis kunnen informatie over uw medicijnen met elkaar delen als dat nodig is voor uw behandeling. Dit mag alleen als U daar toestemming voor geeft.

  • Begeleiding bij nieuwe geneesmiddelen

Krijgt u een medicijn dat u in de afgelopen 12 maanden niet hebt gebruikt? Dan krijgt u extra uitleg over deze medicijnen.

  • Ondersteuning als u uw medicijnen weleens vergeet in te nemen

De apotheker heeft daar hulpmiddelen voor. Als uw zorgverzekeraar toestemming geeft, kan uw apotheker uw medicijnen per dag en per tijdstip van inname in aparte zakjes voor u laten verpakken.

  • Persoonlijk gesprek over uw medicijnen

Heeft u vragen over uw medicijnen, of problemen met het gebruik? Bijvoorbeeld moeite met slikken van medicijnen, openmaken van de verpakking, of last van een vervelende bijwerking? Vraag uw apotheker om een persoonlijk gesprek. Hij kijkt dan samen met u welke mogelijkheden er zijn om uw probleem te verhelpen.

  • Medicatiebeoordeling

Uw apotheker en huisarts kunnen u uitnodigen voor een gesprek over uw medicijnen. Dit is mogelijk bij patiënten ouder dan 65 jaar die langdurig meer dan 5 medicijnen gebruiken. Samen met u bespreken ze of er verbetering mogelijk is. Als u bijvoorbeeld last hebt van bijwerkingen van een medicijn kan het soms vervangen worden door een ander medicijn.

  • Zelfzorg

Bij de apotheek kunt u terecht voor advies over medicijnen die u zonder recept (= zelfzorgmedicijnen) kunt kopen, voor verbandmiddelen en cosmetica. De apotheek kan zelfzorgmedicijnen voor u opnemen in uw medicatiedossier. Dan kan de apotheker controleren of u ze veilig samen met uw receptmedicijnen kunt gebruiken.

  • Bezorgservice

Bent u moeilijk ter been? Informeer bij uw apotheek of zij uw medicijnen bij u thuis kunnen bezorgen.

In welke gevallen kan ik beter naar de huisarts gaan?

Welke medicijnen worden gebruikt bij

Medicijnen voor ADHD zijn hulpmiddelen; de aandoening verdwijnt er niet door. Wel zullen de klachten minder extreem zijn, waardoor bijvoorbeeld gedragstherapie beter werkt.

Stimulerende middelen
Hoe stimulerende middelen precies werken bij ADHD, is niet bekend. Toch lijken ze positief te werken bij mensen met ADHD. Dat komt doordat ze ervoor zorgen dat er meer dopamine en noradrenaline in de hersenen vrijkomen. Daardoor is het makkelijker om de aandacht vast te houden. Voorbeelden zijn methylfenidaat, dexamfetamine en lisdexamfetamine.

Atomoxetine
Hoe atomoxetine werkt bij ADHD is niet precies bekend. Het zorgt ervoor dat noradrenaline sterker werkt. Noraderaline is een stof in de hersenen die waarschijnlijk een rol speelt bij het kunnen vasthouden van de aandacht en concentratie.

Clonidine
Hoe clonidine werkt bij ADHD is niet precies bekend.

Guanfacine
Hoe guanfacine werkt bij ADHD is niet precies bekend.

Nortriptyline
Hoe nortriptyline werkt bij ADHD, is niet precies bekend. Nortriptyline regelt in de hersenen de hoeveelheid natuurlijk voorkomende stoffen die een rol spelen bij stemmingen en emoties.

Terug naar overzicht